ZIjn we nu voor of tegen?

shapeimage_2.png

“Atoomenergie? Nee bedankt!”. Zo luidde eind jaren zeventig de reuzengrote knal-geel-rode zon op de motorkap van mijn met moeite bijeengespaard hevigblauw autootje. De zelfklever heeft voor heel wat commotie gezorgd. Eerst thuis, daarna bij mijn werkgever, vervolgens bij mijn eerste grote Apple-klant - ironisch genoeg het toenmalige Ebes in Antwerpen - en tenslotte bij de douanepost Frankrijk-Spanje waar het onding de reden was om mijn wagentje binnenstebuiten te keren op zoek naar weet-ik-veel wat. Het minste wat ik kan zeggen is dat het een eenvoudig en tegelijkertijd uiterst effectief communicatiemedium was. En excuus voor heel wat nachtelijke alcoholrijke wereldverbeterende debatten. En helaas ook aanleiding voor politiecontroles, want het stickertje werkte op het toenmalige establishment als een rode lap op een stier, een metafoor die in dit geval nog niet zover gezocht is.

Met enkele jaren later een nieuwe auto, een betere wedde en een hoger elektriciteitsverbruik verminderde de frequentie van de kernenergiediscussies. Op een sporadische bekvechterij na in open zee met mijn beste zeilvriend, die fanatiek de public relations verzorgde van de elektriciteitsproducent, zijn werkgever. Andere onderwerpen overheersten daarna de ernstige debatten. En de consumptie van de voor bijna zestig procent door kernenergie opgewekte elektriciteit steeg thuis en op kantoor geruisloos verder. Zonder dat we er nog over nadachten en zonder verder commentaar.

Tot daar plots enkele weken geleden een eenvoudig maar uiterst effectief communicatieconcept gelanceerd werd in mijn dagelijks leven. “Ben ik voor kernenergie of ben ik nu tegen? Heb ik er al eens goed over nagedacht? Ik werd gevoed met argumenten tegen, waarin ik me best in kan vinden, en met argumenten voor, waar ik me ... eveneens best in kan vinden. De campagne maakte me de complexiteit van het probleem duidelijk. Krantenadvertenties, affiches en een televisiespot lokten me naar de website van het mij onbekende nucleair forum. In een mum van tijd mobiliseerde de communicatiecampagne voor- en tegenstanders die hun mening ventileerden in talrijke lezersbrieven, blogs en duidingprogramma’s. Parlementaire vragen en ministeriële tussenkomsten zorgden verder voor een succesvolle snelle voortplanting van de boodschap. En net zoals indertijd het stickertje waren de in de campagne gestelde vragen terug aanleiding tot nachtelijke wereldverbeterende debatten in de vriendenkring. Al was het ditmaal niet meer met democratische en gesubsidieerde pintjes maar eerder met bourgeois-wijntjes van het betere soort.

Het publiek debat is gelanceerd en zal snel leiden tot een politiek debat en daar was het de initiatiefnemers uiteindelijk om te doen. Een boodschap met de juiste tone-of-voice, want een pure pro-kernenergiecampagne had wellicht totaal onproductief geweest. Tegenstanders werden de boom (en de JEP) ingejaagd en voorstanders zagen de kans om hun mening eindelijk terug eens te ventileren. Een doelgerichte en uiterst effectieve campagne. Een kus dus van de communicatieconsultant en een bank vooruit voor adverteerder en bureau. 

Of ik nu als persoon voor of tegen atomen en andere kernen ben, het doet er niet toe. Maar wat er wel toe doet is dat deze geniale communicatiecampagne nogmaals de kracht van goede communicatie bewezen heeft. Een sterk inhoudelijk concept,creatief goed uitgewerkt en op een consistente manier naar buiten gebracht met implicatie van de community. Deze vier c’s gecombineerd met een sterke m van media blijven de toverformule van effectieve communicatie. Mijn “Einstein was wrong” credo e=m.c4 is wel erg toepasselijk in het kernenergiedebat. Is communicatie dan toch gewoon de kunst... van pure wiskunde?


<Column gepubliceerd in PUB, 19 maart 2009>

©The House of Brands bvba @ 2015