Van het nieuws naar de Prozac

Hoeveel deprimerende crisispagina’s gaan we nog moeten doorworstelen in kranten en magazines? Hoeveel uren fatalistische crisisberichten gaan we nog moeten aanhoren op radio en televisie? Een mens zou voor minder naar de Prozac grijpen. Ten tijde van crisis hebben mensen nood aan wat opbeurends, maar dat blijkt niet tot de genetische schrijfcode van de journalist te behoren. En ook als PR krijg je iets positiefs in deze tijden niet meer verkocht. Een persbericht met vooral veel economische en andere ellende, dat heeft nog enige kans op publicatie. Een enquête in Nederland toonde aan dat 66% van de berichten in de media negatieve berichten zijn. En dat de mensen deze beroerde boodschappen absoluut beu zijn.

Het zou me trouwens niet verwonderen dat de diepte en de lengte van een crisis rechtstreeks evenredig is met de hoeveelheid ellende die in de media uitgespreid worden. Dat de media dus eigenlijk de crisis alleen maar uitvergroten en bijgevolg dieper maken. Media als een hellend vlak van miserie, als katalysator voor een neerwaartse spiraal van beurs en werkgelegenheid.

shapeimage_2.png

Maar buiten het feit dat veel nieuws kommer en kwel is, stelt zich ook de vraag naar het waarheidsgehalte van al dat geschrijf. De bestseller ‘Flat Earth News’ van Nick Davies navigeert ons door het kerkhof van journalistieke blunders en hun kwalijke gevolgen. Denken we maar aan de millenniumbug die tijdens het ‘fin du siècle’ gepromoveerd werd tot een absolute catastrofe. Hele kranten en nieuwsbulletins werden eraan gewijd. Met het gevolg dat regeringen en het bedrijfsleven fortuinen investeerden in het voorkomen ervan. Onterecht bleek later uit wetenschappelijk onderzoek. De mega-non-story van de eeuw. Maar dat werd dan achteraf niet meer gepubliceerd in dezelfde media.

Dat er hier en daar een foutje in de dagdagelijkse berichtgeving sluipt, dat hebben we wellicht allemaal al ondervonden. Maar dat een universiteitsprofessor, Philip Meyer, na analyse van 22 kranten over een periode van twee jaar, moet concluderen dat 21% van de verhalen objectieve fouten bevatten, 18% wiskundige fouten vertonen, en er in 53% ‘soft-errors’ voorkomen, dat is toch wel van het kwade teveel. Gecombineerd betekent dit dat 3 verhalen op vijf niet accuraat zijn. En wij dachten dat het verspreiden van de waarheid het streven van elke rechtgeaarde journalist is.

Het is echter al te gemakkelijk om journalisten hiervoor aan de schandpaal te nagelen. Want uit Engels onderzoek blijkt dan weer dat er vandaag in Fleet Street gemiddeld iets minder journalisten zijn dan in 1985. Zij moeten driemaal zoveel pagina’s volschrijven. Geen wonder dat redacties gedegenereerd zijn tot kopieermachines. Geen tijd voor research en voor het controleren van de bronnen. Journalistiek degenereert dan tot elkaars boodschappen zo snel mogelijk dupliceren en versterken.

Media dragen een enorme verantwoordelijkheid. En het is maar de vraag of daar verder goed mee wordt omgesprongen. De recente inkrimping van de redacties bij de diverse media voorspelt niets goeds. Maar opgepast heren uitgevers. Uw kijkers en lezers waarderen kwaliteit. Gebrek aan kwaliteit zal door de doelgroepen afgestraft worden. En minder bereik betekent snel ook minder reclame-inkomsten. Wat dan weer kan leiden tot verdere besparingen. En zo belanden we rechtstreeks in een mediacrisis-draaikolk.

Mijn weerwraak is genomen. Een goed pessimistisch stukje. Van hetzelfde laken een pak voor de broek. Heren uitgevers, journalisten en redacteurs: grijp nu ook maar eens naar de Prozac, en eenmaal deze is uitgewerkt dan toch maar wat opbeurende stukjes schrijven? Iets origineels? En liefst iets correcter? Misschien is dat de kortste weg om ook uit uw crisissfeer te geraken... en om de anorexia-redacties terug wat uit te breiden. Leve het optimisme, leve de waarheid, leve de kwaliteit, leve de sterke mediamerken!


<Column gepubliceerd in PUB, 5 maart 2009

©The House of Brands bvba @ 2015