Nomen est Omen

Het begon al slecht met het kiezen van een naam: Oosterweelverbinding en Lange Wapper. Welke creatieve onverlaat verzon deze onheilspellende en beladen namen voor het ondertussen getormenteerde en getorpedeerde project? Of was het een helderziende?

Er is in onze vaderlandsche geschiedenis al enkele malen een slag om Oosterweel geweest. De oorspronkelijke slag bij Oosterweel vond plaats in het gelijknamige dorp op 13 maart 1567. Dit was het historisch begin van de Tachtigjarige Oorlog. Een leger van Geuzen werd er door de Spanjaarden verslagen en ter dood gebracht op het rad, de brandstapel of aan de galg. Ook in de twintigste eeuw was er een slag om Oosterweel. Het ging om het voortbestaan van het Belgisch polderdorp. Het mocht echter niet baten en verdween van de kaart om plaats te maken voor de Antwerpse petroleumdokken. Je had er dus vergif op kunnen innemen dat een project ‘Oosterweelverbinding’ alleen al omwille van de naam zou mislukken.

Maar voor de cynische naambedenker was dit nog niet voldoende. De omstreden brug werd vervolgens officieel Lange Wapper gedoopt, naar de reus die volgens de legende de straten van Antwerpen onveilig maakte. Lange Wapper is volgens de lokale overlevering een nachtelijke kwelgeest die dronkaards achtervolgt. Eerst als een klein mannetje, maar hij kan zichzelf steeds groter en groter maken tot hij boven de huizen uitsteekt. Een actiecomité had de symboliek niet beter kunnen bedenken.

shapeimage_2.png

Het stond dus in de Antwerpse sterren geschreven dat de Oosterweelverbinding door het referendum massaal met een ‘big bam’ weggewapperd zou worden. Het dossier kan voortaan opgenomen worden in handboeken communicatie als case ter illustratie van mislukte barnumcommunicatie. Met een gespleten slangentong zouden we het als een ‘model van O’ kunnen bestempelen, al is dit misschien een satirische brug te ver.

Om de vele miljoenen Euro’s die vruchteloos aan de officiële communicatie rond dit project verspild werden toch nog een zin te geven, stel ik voor dat Van Dale het werkwoord ‘oosterwelen’ opneemt in zijn volgende dikke editie. Hierbij een eerste poging tot verduidelijking van de term. 

“Oosterwelen (overg.; oosterweelde, h. geoosterweeld)

het investeren van gigantisch veel geld in communicatie zonder enig resultaat en waardoor uiteindelijk een project volledig ademloos uitsterft en faalt; dit wordt voornamelijk bereikt door 

1 het permanent gebruik van gladde en pedante taal 

2 het resoluut negeren van elke kritische opmerking 

3 het bewust verstrekken van onvolledige en foute informatie om de publieke opinie te misleiden; 

dit alles wordt onder de strijdkreet ‘het doel heiligt de middelen’ uitgevoerd met de intentie om een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak te creëren”.

Tegelijkertijd geef ik Van Dale Lexicografie de wijze raad om de figuurlijke betekenis van het woord bruggenbouwer drastisch te herzien. Geen Vlaming die een bruggenbouwer voortaan nog als een bemiddelaar zal percipiëren. De volkse uitdrukking ‘onder de brug door’ kan daarentegen perfect behouden blijven en er kan zelfs een extra overgankelijke betekenis aan toegevoegd worden. Het bijna vergeten spreekwoord ‘men moet geen hei (of ho) roepen voor men over de brug is’ om uit te drukken dan men niet te voorbarig en te overmoedig moet zijn kan nieuw leven worden ingeblazen. En tot slot kan het woord bruggentrekker als synoniem voor baliekluiver mijns inziens eveneens de tand des tijd doorstaan. Waarbij dit laatste begrip weer inspiratie geeft voor de permanente communicatieperikelen bij Justitie. Als men daar binnenkort maar niet gaat oosterwelen.


<Column gepubliceerd in PUB, 19 november 2009>

©The House of Brands bvba @ 2015