Gezocht: reclamejongens (m/v)

shapeimage_2.png

Een horde laatstejaars hebben zich moeizaam door de zonovergoten examenperiode gezwoegd. Eindelijk kan er definitief afscheid genomen worden van de versleten schoolbanken. Een nieuwe wereld breekt open en er moeten aartsmoeilijke keuzes gemaakt worden voor het later professionele parcours. Van CLB tot suikertante, iedereen heeft ongetwijfeld zijn vrijblijvend advies klaar. Maar helaas kiezen uiteindelijk slechts weinig jongeren bewust om een carrière in marketing en communicatie uit te bouwen. Wat is er dan toch mis met ons toch wel boeiend vakgebied dat de instroom van talent stilaan opdroogt? Een rondje schoolpresentaties was het uitgelezen moment om de jongere generatie beter te begrijpen en om pijnlijk geconfronteerd te worden met hun onschuldige perceptie.

Terwijl wij elkaar vrolijk en blijgezind tonnen awards blijven toekennen, waaronder 95 op de CCB en 28 op de Effie, is het imago van de reclamesector bij de modale jongere -en wellicht ook bij de kritische consument- op een dieptepunt beland. Reclame en commercie zijn niet hip meer en worden scherp bekritiseerd. Het sex-appeal van de  denigrerend genoemde reclamejongens (m/v) ligt in de grootte-orde van dat van de impotente politieke klasse. Dat wij ons dagdagelijks inspannen voor duurzame en verantwoordelijke communicatie en dat het merendeel van de ‘echte’ adverteerders hier erg mee begaan zijn wordt moeiteloos weggelachen. Dat deze zich onderwerpen aan een sterke zelfregulering wordt op ongeloof onthaald. “Allez meneer, de media berichten toch dagelijks over de leugens in de reclame. En jullie blijven toch onfrisse commerciële praktijken ontwikkelen”. Het is confronterend te horen dat inderdaad een minderheid van ongure adverteerders -van ineffectieve vermageringsproducten over fictieve internetgidsen en getruceerde belspelletjes- het imago van de sector kapotmaken. En op dat zootje ongeregeld heeft onze zelfregulering inderdaad geen directe greep.

Een andere opmerkelijke feedback die het vak minder interessant maakt, al dan niet gerelateerd met de vorige, betreft het imago van reclame in de ondernemingen zelf. Hoe belangrijk vinden CEO’s communicatie vandaag nog? Is de balans korte-termijn lange-termijn niet vervaarlijk aan het overhellen naar een visie op de publicatie van volgende kwartaalcijfers? Hoeveel communicatie-verantwoordelijken maken nog deel uit van de directie? En wat zijn de verdere carrièremogelijkheden in België? Terechte vragen uit onverdachte hoek. Onze ‘kaste’ is inderdaad gedevalueerd. Zou dit te wijten kunnen zijn aan het feit dat wij helaas nog steeds falen om eenduidig de return van de communicatie-investeringen te bewijzen? Of omdat wij dikwijls te ver van de dagdagelijkse business-realiteit staan? Of omdat de beslissingscentra in de geglobaliseerde wereld zelden nog in eigen land liggen? Of is het omdat ‘transparantie’ in de wereld van de mediabeslissingen nog steeds een moeilijk woord is?

Het werden boeiende en confronterende gesprekken, maar helaas was de eindsom dat ons vakgebied heel wat van zijn aantrekkingskracht naar jongeren verloren heeft. Indien we het negatieve-spiraal-effect willen vermijden moeten we dringend aandacht besteden aan een betere instroom van talent. Alleen daarvoor al moet duurzame en verantwoordelijke communicatie bovenaan op onze agenda staan. Daarnaast is het belangrijk dat we aandacht hebben voor het bewijzen van de ROI op korte én langetermijn en verder werken aan meer transparantie in de sector. Zomervakantie? Misschien wel, maar tegelijkertijd veel werk aan onze zomerse winkel!


<Column gepubliceerd in PUB 23 juni 2011>

©The House of Brands bvba @ 2015