Een sticker voor een goed idee

shapeimage_2.png

De federale overheidsdienst Economie telt 2.394 ambtenaren. Zij schrijven boekjes vol met hun goed klinkende missie “de voorwaarden te scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België”. Een nobel doel waar ik me als ondernemer volledig kan achter scharen. Ik kreeg zowaar een oprisping van sympathie bij het lezen van deze zinsnede. Tot ik mij hevig verslikte in mijn ochtendlijke kop (merk)koffie en door de ochtendradio (van een goed merk) van mijn (merk)stoel geblazen werd aan de met merkprodukten gevulde antieke ontbijttafel. De dienst orakelde daar stoemelings het voorstel voor een stickersysteem om goedkopere producten van warenhuizen aan te prijzen onder het betuttelend mom van de consumenten te helpen om prijsbewuster te kopen.

Een dienst die de competitieve werking van de markt wil bevorderen. Een dienst die de goederenmarkt wil stimuleren. Een dienst die er alles aan moet doen om in moeilijke tijden van recessie de sputterende economie in dit land terug op gang te brengen. Uitgerekend die dienst komt met een voorstel die net het tegengestelde effect heeft.

Laat me eerst aan de onbekende godverlaten economische ketter even belerend uitleggen dat het een algemeen aanvaard economisch principe is dat merken de basis vormen voor toegevoegde waarde in een economie. Dat merken de motor zijn voor het bruto binnenlands product. Dat merken waarde creëren. In tegenstelling tot allerhande spul dat zich puur en alleen differentiëert op prijs en in een economie dus waarde vernietigt.

Laat me vervolgens uitleggen dat A-merken de bron zijn van alle productinnovatie. Innovatie waar wij -volledig terecht- zo de mond van vol hebben. En waarvoor we dure overheidsinstitituten oprichten zoals IWT, provinciale innovatiecentra en Flanders DC. Net om producenten te stimuleren die zorgen voor de broodnodige innovaties en creativiteit. In tegenstelling tot de prijsbrekers die zich beperken tot al dan niet geslaagd kopiëren.

Laat me tenslotte de kaart van de consument trekken die zelf wel de emotionele en rationele keuze zal maken of hij al dan niet voor een écht merk gaat. Extra sticker of geen sticker. Want uiteraard is het zijn recht om voor innoverende producten te kiezen. Om voor extra kwaliteit te gaan. Om voor een bedrijf te gaan dat bijvoorbeeld duurzaamheid hoog in zijn vaandel draagt. Of dat net dat ietsje extra heeft of geeft. 

En als communicatiespecialist kan ik u nog het gratis en weinig innoverend advies meegeven dat een stickertje op een product niet echt de meest overtuigende vorm van communicatie is. Er staat trouwens op elk product al een stickertje... met de prijs.

Ik stel me ook de vraag of deze maatregel geen voorbeeld is van een misleidende of oneerlijke handelspraktijk en van deloyale concurrentie. Maar deze discussie laat ik graag over aan de ter zake bevoegde juristen die u hier wellicht enkele ellenlange adviezen over kunnen geven.

Mijnheer de onbekende adviserende ambtenaar, mag ik u met aandrang vragen om in deze wankele economische situatie uw waardevolle hersenen te pijnigen om maatregelen te verzinnen die onze haperende economie en welvaart terug op gang brengen. Aan omzet- en winst-stimulerende maatregelen die zorgen voor jobcreatie. Aan maatregelen die leiden tot innovatie. Ik zal mijn dank materialiseren met de creatie van een prachtige en innovatieve sticker voor uw beste idee.


<Column gepubliceerd in PUB 15 maart 2012>

©The House of Brands bvba @ 2015