Een atomair staaltje van Belgisch surrealisme

De liberale Bart Somers kreeg in zijn expo-verjaardags-roes een voor hem onnatuurlijke linkse oprisping bij het aanschouwen van de briljante Belgische bollen. Zijn uitlatingen over een “culturele guerillastrijd”, zijn wil om “vijftig jaar na Castro en Guevara” zijn “Havanna” te bevrijden, en zijn maoïstische oproep om “1000 Atomia te laten bloeien” klonken even onnatuurlijk uit zijn mond als de gekende zinsnede “want je bent het waard” uit  de mond van het gelipsynchroniseerde l’Oreal modelletje. Gewoonlijk krijg ik een acute pukkelexplosie van dergelijke uitspraken. Ditmaal heb ik echter een vertederende Kabouter Plop sympathie voor de Mechelse burgemeester (ja er waren ooit nog connecties tussen die twee).

shapeimage_2.png

Somers fulmineerde namelijk terecht tegen het onbegrijpelijke feit dat er, tot 70 jaar na de dood van architect Waterkeyn, nog steeds een auteursrechterlijke bescherming is op afbeeldingen van ons nationaal symbool. André’s erfgenamen zijn ondertussen multimiljonair geworden door iedere fotograaf en blogger die de 91,65 euro per foto per maand niet betaalden te laten vervolgen. En de wellicht oorspronkelijk bonafide bedoelde organisatie, die auteursrechten moet innen, speelt het mafioso spelletje duchtig mee. Voorzitter Coninx en gedelegeerd bestuurder Verminnen, nochtans twee heren die veel respect verdienen, moesten zich diep schamen.

Slimme Somers zocht de oplossing in Photoshop. Maar het weggommen van een bolletje mag ook al niet. Want onze wetgever heeft bepaald dat zulks de “morele rechten van de auteur” kan schenden en een ernstige inbreuk is op de “integriteit van het kunstwerk”. 

Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat erfgenamen van een architect, die de afbeelding van een vermeend ijzerkristal wellicht ontvreemdde uit een aftands populair-wetenschappelijk boekje, auteursrechten krijgen op toeristenkiekjes die honderd jaar later genomen worden (de bescherming geldt namelijk nog tot 2075). Op een gebouw dat daarenboven gerenoveerd werd met meer dan 18 miljoen euro overheidsgeld!

U vraagt zich misschien nu af waarom ik me hierover druk maak. We kunnen dat verdomde atomium toch gewoon negeren. Helaas. Dit dossier staat symbool voor de surrealistische wildgroei in auteursrechten. In enkele jaren tijd heeft de adverteerder zijn budget voor deze rechten zien vertienvoudigen. Corporatistische verenigingen, gesteund door hordes advocaten, zijn er ondertussen in geslaagd om de inkomsten voor hun leden te laten extrapoleren naar ongekende hoogtes. Dat de concepten waarop ze zich baseren totaal achterhaald zijn in onze vlakke wereld van ongebreidelde bandbreedte deert hen niet. Dat we daarenboven de reeds druk bezette rechtbanken nodeloos belasten met kafkaiaanse uitspraken omtrent dit onderwerp is hun nog minder een zorg. En dat het hier alleen maar gaat om ongebreideld winstbejag, het zal hun een worst wezen.

Versta me niet verkeerd! -Oops, ben ik nu auteursrechten verschuldigd aan mijn vriend Peter?- Ik ben het absoluut eens met de oorspronkelijke geest van de auteursrechtelijke bescherming. Met het feit dat een auteur recht heeft op een correct inkomen uit zijn werk. Maar het wordt eindelijk tijd dat de wetgever dit terug in zijn juiste context plaatst en de parasitaire uitwassen bestrijdt. Geachte heer Somers, ik reken op u, want het is het waard!


<Column gepubliceerd in PUB, 15 mei 2008>

©The House of Brands bvba @ 2015