Duurzame regelneverij

Je zou vermoeden dat onze gezaghebbers in tijden van diepe financiële crisis zich even zouden concentreren op de reanimatie van de wankelende economie. En toch, blijkbaar is er nog tijd om met een vermanend vingertje naar de reclamesector te blijven wijzen. Met de regelmaat van een klok verschijnen de voorstellen om alcohol- en andere reclame te beperken en zelfs te verbieden. Om weer een aantal extra vermeldingen te plaatsen op reclame voor voedingsmiddelen en wagens. Om reclamemakers te verplichten hun advertenties op voorhand te laten goedkeuren door de federale overheid. Regelneverij voor reclame is ‘in’ en allerlei voorschriften worden uitgedacht die voor andere communicatie-uitingen niet gelden. Ondertussen sputtert de economie verder. En dat terwijl een aantal eminente professoren een duidelijke link leggen tussen reclame en welvaart.

Enkele weken geleden werd mijn aandacht getrokken door een boek met de mysterieuze titel “Greater Good. How good marketing makes for better democracy” geschreven door professor John Quelch van de Harvard Business School (ISBN 978-4221-1735-4). Naast de evidente economische rol, behandelt dit boek ook de maatschappelijke rol van marketing en reclame die volgens de auteurs gebaseerd is op fundamenteel democratische principes. ‘Marketing as Democracy’, een interessante invalshoek. Quelch gaat nog wat verder en draait de rollen zelfs om door politiekers duidelijk te maken hoe goede marketing de democratie kan helpen om burgers en het algemeen belang beter te dienen. “Marketing for Democracy”, dat is nog eens wat anders dan een zoveelste slangen-schandaal. Alleszins een goed boek voor onze regelzieke ambtenaren en ministers. En terwijl ze dit lezen doen ze ondertussen geen ander kwaad.

shapeimage_2.png

Als reclamemakers moeten we ons blijven verenigen om een halt toe te roepen aan overdreven regelgeving die ons beroep verlamt. Dit kan natuurlijk alleen maar wanneer we zelf verstandig omgaan met ons vak. Auto-censuur op elke vorm van misleidende reclame is een evidentie. Afscheid nemen van de “oude wereld van valse verleiding” een must. Maar als sector wordt het tijd dat we spontaan een stap verder zetten om het broodnodige vertrouwen in de reclame te herstellen. Dat we mee evolueren met de fundamentele maatschappelijke krachten en onze verantwoordelijkheid opnemen om duurzaam te gaan communiceren en adverteren.

‘Duurzaam adverteren’ moet integraal deel uitmaken van het bredere begrip ‘duurzaam ondernemen’. Het gaat onder andere om de ecologische impact van productie en distributie van reclame. Maar ook om maatschappelijke en economische verantwoordelijkheid. Duurzaamheid is niet langer een modeverschijnsel, het is een principe. Het is iets dat onze consumenten en klanten beroert. Vandaar dat wij als sector de plicht hebben er proactief mee om te gaan. Het ergste wat ons kan overkomen is dat ook hier de overheid met een overvloed aan inconsistente regeltjes komt die ons vak en dus de economie verder verlammen.

Bij verschillende vakverenigingen, zowel nationaal als internationaal, zien we vandaag de eerste schuchtere en hoopgevende stapjes in deze nieuwe richting. Nu nog de koppen bij elkaar steken, dan kunnen de verschillende duurzaamheidsprojecten nog duurzamer worden. En misschien krijgen we politiek verantwoordelijken overtuigd om met ons in plaats van tegen ons te werken.


<Column gepubliceerd in PUB, 20 november 2008>

©The House of Brands bvba @ 2015